Een collectieve leidingwaterinstallatie is een installatie waarmee water aan derden beschikbaar wordt gesteld. Dat houdt grofweg in dat als water niet uitsluitend in huiselijke kring wordt gebruikt, er sprake is van een collectieve leidingwaterinstallatie. Het maakt daarbij niet uit of water via het waterleidingbedrijf wordt geleverd of dat het in eigen beheer wordt gewonnen, want ook voor dit laatste geldt de stelregel: als het water (ook) gebruikt wordt door derden, dan is sprake van een collectieve leidingwaterinstallatie. De eigenaar van zo'n installatie is eindverantwoordelijk voor de kwaliteit van het water dat via de collectieve leidingwaterinstallatie uit de kraan komt. De eigenaar moet zelf maatregelen treffen, zoals bijvoorbeeld het maken van een risico-analyse.
Zelf verantwoordelijk voor deugdelijke installatie
In het Waterleidingbesluit (artikel 14) is bepaald dat de eigenaar van een leidingwaterinstallatie zelf verantwoordelijk is voor een deugdelijke installatie. Met andere woorden, hij behoort zelf zorg te dragen dat de leidingwaterinstallatie redelijkerwijs geen gevaar oplevert voor een mogelijke verontreiniging van het drinkwater. Hiermee wordt bedoeld iedere negatieve beïnvloeding door de installatie, die leidt tot afname van de kwaliteit van het leidingwater. Om dit te voorkomen moet de installatie altijd voldoen aan de eisen van NEN 1006-Algemene voorschriften voor leidingwaterinstallaties.
De installatie kan men naar eigen keuze laten aanleggen door een gecertificeerde installateur, een erkende installateur dan wel door een niet erkende installateur. De eigenaar blijft echter in alle gevallen verantwoordelijk voor de leidingwaterinstallatie.