De meester en zijn gezel Organisatorische informatie over het Waterbedrijf.
Werken bij ons

De meester en zijn gezel

In de 17e eeuw zag je al de eerste meester-gezelcombinaties. Een schilder of bijvoorbeeld een zilversmid leerde zijn gezel de kneepjes van het vak. Aan het einde van het traject diende de gezel een ‘meesterproef’ af te leveren om als meester het vak uit te mogen oefenen. Ook vandaag de dag zie je dat dit soort combinaties nog goed werken. Zo ook binnen ons bedrijf. Het doel? Ervoor zorgen dat kennis niet verloren gaat. Hans Breet en Hindrik Meijer zijn een voorbeeld van zo’n koppel. Samen werken zij aan het project Kisuma-2.

Hindrik Meijer( projectmanager bij Nieuwbouw Productie):
‘Ik ben erg blij dat het waterbedrijf de mogelijkheid biedt om van een ander te leren. Elke vrijdagmiddag zitten Hans en ik even bij elkaar en bespreken we de belangrijkste activiteiten van de afgelopen week. Ik zie het als een stuk coaching. Ik vraag hem hoe hij iets zou aanpakken, bijvoorbeeld in de omgang met aannemers. Hoe ga je met situaties om, hoe schat je dingen in en hoe los je bepaalde problemen op. Meestal krijg ik geen pasklaar antwoord op mijn vragen, maar geeft Hans mij een bepaalde richting. Dit doet hij bewust, zodat ik het zelf bedenk. Het geeft een veilig gevoel dat je weet dat er iemand achter je staat. Het is in mijn ogen wel een vereiste dat je met dezelfde klus bezig bent, anders praat je gemakkelijker langs elkaar heen.’

Hans Breet (voormalig projectleider bij Nieuwbouw Productie, nu sectormanager Watervoorziening):
‘Het is erg leuk om een stuk kennis en ervaring aan een ander over te mogen dragen. Mijn aanpak is vooral: erg veel vragen stellen, om de ander zelf tot een bepaalde conclusie te laten komen. Alles voorzeggen werkt niet, je leert er meer van als je het zelf bedenkt. Die technische kant komt nauwelijks aan de orde, dat is informatie die je op kunt zoeken. Belangrijker is de proceskant. Het aansturen van mensen, de juiste vragen stellen. Soms moeten er politieke spelletjes worden gespeeld of komen er juridische aspecten bij kijken. We praten dus vooral over het coördineren van het proces. Soms ga ik een niveau dieper, dan vraag ik: speelt er wellicht iets onder de oppervlakte? Als je weet wat voor onderliggende redenen sommige mensen hebben, kun je daar op inspelen.’